Historie van de chip

De Chip

1958 – 1959 USA (Chip versie: 1)
In 1958 plaatst Jack Kilby, onderzoeker van Texas Instruments, elektronische componenten zoals een transistor op een plaatje halfgeleider (germanium). Het is het eerste integrated circuit (IC). In 1959 bouwt Robert Noyce van Fairchild Semiconductors een soortgelijk circuit op silicium. Na een patentenstrijd worden Kilby en Noyce samen beschouwd als de uitvinders van het integrated circuit.

1960 – 1962 USA (Chip versie: 2)
In 1960 vinden onderzoekers van het Amerikaanse Bell Labs de MOSChips transistors uit, een elektronische schakeling op basis van een isolerende laag.
Bell Labs introduceert ook “depositie”, een dun laagje om componenten van elkaar te scheiden of te verbinden.
In 1962 begint NASA met het gebruik van IC´s in het begeleidingssysteem van de Apollo-vluchten. Het is de eerste grote afnemer van chiptechniek.

1964 USA (Chip versie: 3)
In 1964 bouwt Fairchild de eerste chip die analoge processen kan aansturen, zoals het versterken of filteren van geluid. Dat maakt chips geschikt voor veel consumententoepassingen.

1965 USA (Chip versie: 4)
Gordon Moore, toen nog onderzoeker bij Fairchild maar later de oprichter van chipfabrikant Intel, voorspelt dat het aantal componenten per chip elk jaar verdubbelt. In 1975 corrigeert hij ´Moore´s Law´ tot een verdubbeling om de twee jaar. In 2008 telt de nieuwste Intel Chip 820 miljoen transistoren.

1984 – 2000 NL (Chip versie: 5)
In de jaren veertig waren al veel onderzoekers bezig met halfgeleiders, die zich weer baseerden op een onderzoek dat de Rus Oleg Losev in de jaren twintig al deed. Ook is er de Nederlandse inbreng, met name van Philips.
Uit het Philips Natuurkundig laboratorium zijn onder meer ASML, NXP en talloze toeleveranciers voor de chipindustrie voortgekomen.