Waarom oud cool is

Door: Dieter van den Bergh

“Zullen we kijken of-ie nog werkt?”

Vrijwilliger Bep Siepman wijst in het Rotterdams Radio Museum naar een Philips-radio uit 1929. Nadat het apparaat is opgewarmd klinkt er gepiep en gekraak. “Ah, de Mexicaanse Hond is wakker”, grapt Bep. Even later klinkt er toch muziek: Radio 5 Nostalgia, de enige zender die te ontvangen is. “Kan geen toeval zijn”, lacht Siepman. Ook aangeschoven is Harry de Jong Sr, voorzitter/conservator van het museum en oud-directeur van het Rotterdamse elektronica-imperium Correct, dat zeventig jaar geleden werd opgericht door zijn vader. Tegenwoordig wordt het geleid door zijn zoon en dochter. In 1998 begon de Jong het Radio Museum, dat uitgroeide tot het grootste van Nederland, misschien wel van Europa. Het museum wil niet alleen een ‘prachtig verhaal over techniek’ laten zien. “Dit gaat ook over design en life-style”, zegt de Jong. “Die radio is een doorbraak in design”, zegt de Jong. “Philips had als eerste door dat een radio er ook strak en mooi moet uitzien.”

Konijnenhokken.

Radio’s zagen er aanvankelijk niet uit, vindt de oud-Correct-directeur, en wijst op een paar Manera-radio’s uit 1925. “Het lelijkste wat je kunt bedenken. Konijnenhokken zijn het. In de jaren 20 had je honderden radiofabriekjes, ze maakten bijna allemaal lelijke radio’s. Pas toen Philips zich ermee ging bemoeien werd het wat. Kijk daar, een prachtige kast en luidsprekers in art deco en Jugendstilstijl, ontwerpen die bij je interieur pasten. Je kon voor het eerst een stijl kiezen. Philips had echt een eigen smoel.”

Audiomeubels.

Veel apparaten uit het museum zullen we niet gauw terugzien in nieuwe ontwerpen, denk aan de fonograaf, de mechanische hoorngrammofoon, de draadrecorder of curieuze ontwerpen als de klokradio met stekker voor koffiezetapparaat en de ‘soundburger’- pick-up. Maar sommigen wel. De Jong wijst op een pronkstuk, een audiomeubel van Philips uit 1966, vol hifispul. Prijskaartje toen: 7250 gulden. Voor 5000 gulden kocht je een Volkwagen, staat daarnaast op een kaartje te lezen. “Deze meubels willen mensen niet meer in huis”, lacht de Jong. “Maar het idee is weer opgepikt. Wij verkopen bij Correct meubels waar je alles in kwijt kunt.”

Romantische verhalen.

Zo worden er veel meer ideeën van vroeger opgepikt, bijvoorbeeld die van de aloude transistorradio, zoals die in de koopjeskelder van Correct in retro-uitvoering te vinden zijn. Vintage is eigenlijk nooit weg geweest, weet de Jong. “Het is een steeds terugkerend fenomeen. Door de tijd heen hebben er altijd hippe gadjets en design bestaan, mensen willen altijd dingen van vroeger. We hebben hier al radio’s staan met een jaren vijftig-uiterlijk, maar de techniek van de jaren negentig. Mensen verlangen naar het design van vroeger, maar ook naar de romantische verhalen die er achter zitten. Ook aan hifi-apparatuur kleeft in elke periode een verhaal. Hoe leefde men bijvoorbeeld met de radio? Na de oorlog was de radio van enorm sociaal belang, men luisterde gezamenlijk naar hoorspelen, nieuws, muziek. Die verhalen kleven aan het uiterlijk.”

Oma-radio.

Ook zo’n mooi verhaal, de ‘oma-radio’, zoals de Jong ze noemt. In het Radio Museum staan er tientallen. “Apparaten met maar een paar knoppen en voorkeuzes, kon oma makkelijk de zenders vinden. Ik vind het jammer en eigenlijk onbegrijpelijk dat er tegenwoordig nog maar weinig gemaakt worden, want er is zeker behoefte aan. Men verzuipt tegenwoordig in de knoppen.”

B&O. Trend in design.

Dé trend in design is gezet door B&O zegt De Jong even later in het hifi-museum aan de overkant, op de eerste verdieping van het Correct-gebouw. “Zij kwamen voor het eerst met een echt moderne uitstraling.” Hij wijst op de Beomaster 8000, een futuristisch vormgegeven stereomeubel van B&O uit 1975 met een prijskaartje van 3995 gulden. “Kijk, dat is pas life style!” Dankzij B&O kregen merken als Sony, Panasonic, Philips, Loewe het kunstje volgens hem ook door. “Telefunken heeft de stijl een tijdje proberen te kopiëren, en Braun, die hadden een tijdje ook strak spul.” De Jong wijst op een stijlvolle witte ‘phonocombi’ uit 1957. “Helaas konden ze het niet bolwerken, ze zitten nu in de tandenborstels enzo.”

Pronkstukken.

Opvallende stukken in de “Pronkjuwelenzaal” van het hifi-museum zijn het ‘vrouwvriendelijke’, maar curieuze Design Stereo Center van Rosita uit 1972 en een enorm cluster aan bandrecorders van Akai. “Die stonden in cafés, kregen we een keer per jaar terug om de koppen schoon te maken en de nicotine er af te wassen.” In een andere hoek van de zaal glimt een zilveren audiorack van Sony. “De noten houten meubels gingen er in de jaren zeventig massaal uit, dit 44cm rack kwam er voor in de plaats. Zijn er honderdduizenden van verkocht, maar echt mooi zijn ze niet natuurlijk.”

Plasma speakers.

Andere eye-catchers in het museum zijn de elektrostatische speakers van Quad en de plasmaspeakers van Magnat, uit de jaren zeventig, toen de hifi op kwam zetten. Op een speaker van koelkastformaat ’ is een apart versterkertje gebouwd, daarnaast een soort zwaailicht waar een blauw vlammetje in verschijnt, veroorzaakt door de ontlading en de ionisering van de lucht. “Was natuurlijk iets geks toen, een soort gadget van ik denk zo’n 5000 euro per stuk. Ik heb hier nog wel iemand die ze met wat moeite aan de praat krijgt, maar misschien niet zo’n goed idee. Er komt een soort ozonlucht vrij, die niet per se heel gezond is. De electro statische platte speakers worden weer gemaakt, maar zonder al teveel succes, weet de Jong. “We hebben nog een tijdje electro statische speakers verkocht van Jamo en Finally. Het ziet er misschien mooi uit, maar ze klonken als een zinken teil.”

Snoepie van een design-ding.

In de grote reparatie- en opslagruimte van het museum hebben vrijwilligers Frank en André net een lading oude radio’s binnen gebracht. Een schenking van een particuliere verzamelaar, zorgvuldig geconserveerd. Vier tafels staan helemaal vol. “Ja, ze weten ons gelukkig te vinden”, lacht de Jong. “Kent u deze radio, mijnheer de Jong, ik heb hem nog nooit gezien”, zegt Frank, die zelf ook jaren in het vak heeft gezeten. “Da’s een Duitse Philips”, weet de Jong, “als er geen Hilversum op de namenschaal staat weet je genoeg.” Dan valt zijn oog op een fraai bandrecordertje van het vage merk Juliette. Lyrisch: “Een snoepie van een design-ding uit 1964. Japans chroom, duur dingetje, weinig verkocht, kan zo een volgende thematentoonstelling in.” De spullen die binnen komen worden zo nodig gerepareerd, en komen soms in het museum terecht, anderen worden bewaard voor de halfjaarlijkse ruilbeurs.

VU-meters.

In het Correct-filiaal aan de Bergweg – de hifi-afdeling – verruilt Harry de Jong zijn jasje voor een bedrijfsbloesje. Met verkoper Peter maken we een rondgang langs vintagedesign zoals I-Pod versterkers met buizenlampjes, of een buizenset van Macintosh. “Dit had dertig jaar geleden ook niet misstaan”, zegt de verkoper bij de retro-houten Kef kersen luidsprekers. “En hier hebben we Rotel-versterkers met ouderwetse ribben (de RC 1580 en 1582) en een Onkyo met zelfs vu-meters en de schakelaarselectie van vroeger.” Iets verder wijst de Jong op een paar nieuwe, simpele ‘oma-radio’s, een Kenwood K1000 (549 euro) en een R-K1 (1199 euro). “Gelukkig ze zijn er weer, prima alternatieven, maar dan in stereo.”

Retromeubel.

“Dit is eigenlijk gewoon de ouderwetse radiogrammofoonmeubel van Philips”, zegt de Jong bij de sjieke audiomeubels van Spectral – type Scala en Catema. “Alleen moet je zelf de audio erin zetten. Bij de Catema zitten er al speakers ingebouwd van het Duitse Canton. Kijk, zelfs de prijs is bijna hetzelfde als de Philips, 7500! (lachend) Oh ja, maar dan in euro’s. ” Ook mooi, de platte Cascade-speakers van Infinity. “Die zijn ook altijd bezig geweest met uiterlijk.”

Loewe.

Veel merken kijken het kunstje tegenwoordig bij elkaar af, zegt de Jong. Ze huren allemaal dezelfde een Deen of Italiaan in, zoals die jongens van Jensen.” Maar hét hedendaagse voorbeeld van goed design is Loewe, volgens de Jong. “Je ziet er vaak de oude B&O in terug.” Loewe volgens de verkoper gaat dertig jaar terug met platte elektrostatische speakers. In het Correct-filiaal zijn de elegante speakers gekoppeld aan een mediacenter, maar kunnen ook zo worden aangesloten op een audioset. Natuurlijk, deze koop je voor het zicht en het ontwerp, maar ze klinken ook nog ’s goed, luister maar.” De Jong draait de volumeknop flink omhoog. “Geen enkele elektrostaat kan goed laag aan, vandaar dat je ook de subwoofer nodig hebt.”

“Goh, dit klinkt echt goed, wat moet dat geintje kosten?”, vraagt de Jong. “500 euro?” “Helaas mijnheer de Jong, dat gaat niet lukken”, lacht de verkoper. “Ze zijn 2700 euro per stuk.”