De eerste schepen met radio

De eerste schepen met radio zend- en ontvang apparatuur.

Door: L. de Vries.

Het eerste schip dat met een radio installatie werd uitgerust, was het Duitse stoomschip Kaiser Wilhem der Grosse. In maart 1900 kon het op zee berichten seinen en ontvangen, naar en van het vaste land. Hetzelfde jaar kreeg het Belgische schip Princes Clementine, dat voer tussen Dover en Ostende, zijn radio apparatuur.

Ons land bleef als belangrijke zeevarende natie niet achter.
In 1901 kwam een draadloze verbinding tussen Hoek van Holland en het lichtschip Maas tot stand en de boot tussen Enkhuizen en Stavoren kreeg in 1902 radio. In 1904 werd het kuststation Scheveningen geopend. In dat jaar werden ook schepen die oceaanreizen makten van radio voorzien, zoals de Nordam van de Holland-Amerika lijn.
De marconisten kwamen bijna allemaal van de telegraafstations en namen hun afkortingen en codewoorden met zich mee. De algemene oproep was CQ, een codewoord, dat nog altijd wordt gebruikt. De draadloze uitrusting was toen natuurlijk nog zeer primitief. De marconist kreeg een of ander hok tot zijn beschikking waar een grote Ruhmkorf klos, een vonkenbrug, enige coherers, een morse sleutel, een schrijfapparaat en wat accu’s stonden opgesteld. Deze ruimte werd de shack genoemd net als bij radio amateurs die deze naam voor hun rommel- en radiokamer gebruikten. De radio bracht wel de nodige afwisseling op de saaie zeereizen. De marconist verschafte de passagiers de nodige sensaties door de boel te laten werken. Uit de zender spatten dan grote vonken en het oorverdovende geknetter in de lucht van verbrande zuurstof (ozon) trokken drommen nieuwsgierigen. Soms werden berichten ter verzending aangeboden, maar het grootste deel van de dag luierde de marconist, want er viel toch niets te doen.

Voorschriften waren er nog niet in die tijd, elke schooljongen die een oude Rhumkorf klos op de kop kon tikken, prutste zelf een zender in elkaar en fantaseerde noodberichten en luisterde officiele berichten af. Dit veroorzaakte en de ether natuurlijk een geweldige warboel. Zond een schip onder deze omstandigheden noodseinen uit dan werden ze volkomen gestoord, terwijl de marconisten ook wel eens niet op hun post waren.
Soms kwam het zelfs voor dat marconisten draadloze schaakwedstijden met elkaar speelden en zo hele dagen met elkaar in verbinding bleven, waarbij het officiele verkeer op schandelijke wijze veronachtzaamd werd. Tussen de marconisten van verschillende landen bestond vaak een gloeiende haat, die tot uitdrukking kwam in de scheldwoorden die ze aan hun mededelingen vooraf deden gaan.
Ook bestond er de gewoonte om een uurtje te gaan storen als een concurrerende maatschappij bezig was. De marconiste legde dan een boek op de seinsleutel waardoor de zender onafgebroken een alles storend geluid uitzond. Over het noodsein was men het ook nog niet eens, meestal seinde men CQD. (CQ Distress = Nood-Oproep)
De Duitsers gebruikten SOE en tenslotte werd in 1908 internationaal de code SOS afgesproken. SOS is een makkelijk te onderscheiden tekenreeks: (… — …) en is nog steeds het noodsein als een schip in gevaar verkeert. De verklaring dat SOS de afkorting zou zijn voor “Save Our Ship” of “Save Our Souls” is volkomen uit de lucht gegrepen.
Toch heerste er nog grote wanorde in het radioverkeer, totdat een ontzettende scheepsramp ieders ogen opende.

Op zondag 14 april in 1911 liep het grootste een mooiste passagiersschip in die tijd “de Titanic” op een ijsberg en zonk.

Slechts 712 van de 2200 opvarenden overleefden deze ramp. Vlak voor de fatale ondergang zond marconist Phillips het CQD noodsignaal uit met een opgave van de positie van het schip. Verscheidene schepen, die tamelijk ver verwijderd waren hoorden de noodkreten van de Titanic en spoeden zich er heen. Een schip de Californian was slechts 15 mijlen verwijderd. Dit schip had maar 1 marconist aan boord, die 15 minuten voor het seinen van de Titanic zijn dienst beeindigde en ging slapen. Zodoende hoorde de marconist van de Californian, die mogelijk de grootste scheepsramp aller tijden had kunnen voorkomen, de uitgezonden nood-seinen van de Titanic niet.

De scheepvaart-wereld had hierdoor een les gehad en beijverde zich door allerlei maatregelen en voorschriften de veiligheid op radiogebied te verzekeren. Zo kregen alle grote schepen drie of vier marconisten, zodat permanent op de 600 meter band naar eventuele noodseinen geluisterd kon worden. Ieder half uur zwegen (gedurende drie minuten) alle scheepszenders zodat er geen SOS door storing van andere zenders verloren kon gaan. Op kleinere schepen, waar een of twee marconisten aan boord waren, gebruikte men vaak een automatisch alarmtoestel dat indien een SOS-signaal werd ontvangen automatisch in de radiohut en op de brug een bel ging rinkelen, ook wanneer de marconist sliep. Later kregen de marconisten het echter zeer druk. Want ze moesten de hele dag beursberichten opnemen, telegrammen opnemen en verzenden, weerberichten en tijdseinen opnemen en periodiek radio peilingen verrichten.