Televisie is ver-zien

Televisie is “Ver – Zien”

De grondbeginselen van de televisietechniek zijn bedacht door Paul Nipkow, een 23-jarige student natuurwetenschappen die tijdens de kerstdagen in 1883 het idee kreeg om in een ronddraaiende schijf in spiraalvorm 30 gaatjes te boren waardoor de schijf het bewegende opname beeld via een objectief en een opnamecel in punten ontleedt en de lijnen aftast zoals ons oog bij het lezen van een boek de regels aftast. De volgende maanden brengt hij zijn idee in praktijk en lukt het hem beelden via een tweedraads kabeltje over te brengen tussen zijn opname en weergave toestel met een schermpje van ± 6 x 6 cm. Een werkende replica is in het R.R.M. te zien. In 1928 wist John Baird al bewegende beelden via K.G. radiozenders over de oceaan te sturen met 16 beeldlijnen en Nipkow schijven. John Baird ontwikkelde op basis van Nipkow schijven en de Baird Telvisor met 180 gaatjes en beeldlijnen. Het apparaat is in 1930 even op de markt geweest als elektro mechanische televisie.

In 1922 beschrijft en tekent de boerenzoon Philo T. Farnsworth het eerste electronische televisiesysteem. Met deze schets wist hij een patent te claimen. Het eerste complete televisie-systeem is in 1923 gedemonstreerd door de emigrant Dr. Vladimir K. Zworkin. Hij heeft ook de eerste elektronische opnamebuis ontworpen, de ‘Iconoscope’, later de Vidicon genoemd. In 1928 heeft Zworkin al een patent voor ‘Color TV’ aangevraagd. De eerste beeldbuis met magnetische afbuigspoelen wordt door hem in 1930 gedemonstreerd, deze beeldbuizen worden in 1935 bij de opstart van televisie in Amerika en Engeland toegepast waar de BBC in 1936 vanuit Alexander Palace in Londen de uitzendingen starten. De eerste Engelse televisietoestel fabrikanten kwamen op de markt met de 405 lijnen televisienorm. Philips kwam in 1938 op de Engelse markt met twee modellen.
Tijdens de Olympische Spelen in Berlijn 1936 waren er ook al televisie uitzendingen.

In 1940 is in Amerika al de eerste experimentele kleurentelevisie-uitzending geweest en in 1941 is de NTSC standaard voor USA kleurentelevisie vastgesteld met FM modulatie voor het televisiegeluid. In de oorlog 1940-1945 werden televisie uitzendingen in Engeland verboden, in Amerika gingen de ontwikkelingen gewoon door en werden onder de merken RCA-GE-Philco en andere 525 beeldlijnen televisiesets verkocht tot 1942 toen ook daar de productie van TV sets en opnameapparatuur verboden werd. Voor de tweede wereldoorlog was er al televisie en Philips was er na de oorlog klaar voor. In 1948 startte Philips in Eindhoven experimentele uitzendingen naar 150 geselecteerde medewerkers die het Hondje, de TX 594 U met 22cm beeldbuis in huis kregen en de programma’s gemaakt door regisseur-cameraman Erik de Vries moesten bekritiseren. In Nederland was het kabinet Willem Drees aan het bewind. Willem Drees, een sobere en zuinige man, vond dat vlak na de oorlog, met Nederland wat weer opgebouwd moest worden, televisie een luxe was. Philips oefende druk op Willem Drees. De toenmalige president van Philips, de heer Otten, zei tegen Drees: ”Als de televisie niet door gaat, gaat Philips ten onder.”Eerst in 1952 startten de eerste proefuitzendingen en waren er nog maar 500 toestellen hoofdzakelijk bij radiohandelaren. In 1953 waren er een 1000 televisietoestellen die drie uur per week aangezet op Kanaal 4 konden worden om programma’s te bekijken die ‘live’ uit de kerk Studio Irene in Bussum via de zender Lopik bij Utrecht uitgezonden werden en een bereik van ± 80 km hadden mits je een goede antenne op dak had staan. Eerst in 1960 was het zenderpark voltooid met steunzenders en kon in heel Nederland televisie ontvangen worden van de NTS (Nederlandse Televisie Stichting). Politiek is er door de jaren heen veel te doen geweest en zelfs een kabinet op gesneuveld. Men vond televisie niet goed vanwege: goede zeden, oppervlakkigheid en men vond het een vermaakzender voor minder ontwikkelden. De omroepen voelden zich bedreigd en kregen in 1956 een zendermachtiging en ook de NTS, later de NOS genoemd. Ook werd er kijkgeld ingevoerd, 30 gulden per jaar en de zendtijd uitgebreid tot 10 uur per week omdat in 1956 al 40.000 televisietoestellen verkocht waren van de merken Philips, Erres, Pye, Blaupunkt en Telefunken.

Voor Rotterdam was de wederopbouw tentoonstelling € 55,- in het park bij de Nieuwe Euromast een televisiedoorbraak met iedere dag uitzendingen om 18.00 uur en Mies Bouwman als quizleidster.

1957. Kentering vliegwiel succes, wederopbouw voltooid en welstand hoger.
Daarna ging het snel met de verkopen 100.000 TV toestellen. (6 uur televisie per week)
1958. 250.000 TV toestellen. (10 uur televisie per week)
1959. 500.000 TV toestellen. (12 uur televisie per week)
1962. 1.500.000 TV toestellen. (30 uur televisie per week)
De Rotterdamse wijk Crooswijk had in die jaren het grootste aantal televisies per huishouden in Nederland.

In 1962 bewijst televisie haar macht in de Nederlandse huiskamers. In een bijna 24 uur durende uitzending brengt Mies Bouwman 22 miljoen gulden bij elkaar met de aktie ‘Open het Dorp’. Al eerder waren er waarschuwingen tegen televisieogen en stijve nekken door het kijken naar een klein beeld in een donkere kamer want de mensen dachten dat net als in de bioscoop al het licht uit moest in de kamer. Eind jaren 50 kwamen de professionele Ampex 1 inch beeldband recorders in de TV studio’s en konden programma’s vooraf opgenomen worden of aangekocht.
Denk maar eens terug naar 1958 toen Pension Hommeles van Annie M.G. Schmidt, Donald Jones en Kees Brusse uitgezonden werd dan keken er meer dan 1 miljoen mensen 250.000 toestellen. Of naar de Theo Eerdmans Quiz met Maud van Praag en een Rotterdamse Crooswijk deelnemer, de heer Koopmans, die alles wist van Bep van Klaveren, een Nederlandse Olympische bokser. De op Ampex-beeld-band studio recorder aangekocht en uitgezonden programma’s waren voor de omroepverenigingen goedkope series met hoge kijkcijfers zoals: Bonanza KRO Rawhide VARA Andere bekende kijkcijfer knallers waren Coronation Street, Peyton Place, Ivanhoe, Lassie. Helaas vergaan videobanden en is er veel oud materiaal verloren gegaan.

Pas in 1964 kan de Nederlandse kijker selectiever worden want dan komt Nederland 2 in de lucht. Veel huisgezinnen met een oudere televisie moesten een 2e net kastje kopen en een 2e net UHF antenne om Nederland 2 te kunnen ontvangen En in Zuid Holland in 1964 nog een kanaal 9 antenne om het REM eiland voor de kust bij Noordwijk te kunnen ontvangen van juni 1964 tot december 1964 toen met een noodwetje de REM eilandzender met reclame en populaire programma’s als Zorro en Mr. Ed, Het Sprekende Paard verboden werd. Later is hieruit de TROS ontstaan met oud REM eiland medewerkers en denk hierbij ook aan het radiopiratenschip Veronica die ook een grote zendergemachtigde werd. Al eerder waren er fanatieke televisiekijkers die met hoge masten en grote antennes België en Duitsland wilden ontvangen met zgn. 4 normen ontvangers en bij rustig, mistig weer dan meldden dat zij met een draaibare antenne Engeland – Frankrijk 819 beeldlijnen ontvangen hadden. Vooral in de grensgebieden stond een woud van hoge antennes waar vooral de grote Duitse showprogramma’s van o.a. Catherina Valente zeer populair waren. Maar 90% kijkt echter Nederlandstalig en in 1980 is er bijna overal kabeltelevisie.

In technisch opzicht is er door de jaren heen veel veranderd. Televisies gingen regelmatig defect of in storing en omdat er overdag geen testbeeld was moest je met een beeldgenerator repareren – en op pad. Ook had je een buizenkoffer bij je met nieuwe buizen, vooral voor de lijneindtrap met hoogspanning verzorging zoals de PY en PL types. Avondservice en demonstraties tot 23.00 uur waren zeer gebruikelijk want ‘de TV’ kon men niet meer missen. Storingen bleken dikwijls een instelling te zijn of de stekker of antennekabel lag er uit. Soms had de kat op de TV gelegen en z’n plasje laten lopen want hij lag daar zo lekker en warm. Beeldbuizen werden korter door 70°, 90°, en 110° afbuiging en konden de kasten ondieper worden. Dr. Walter Bruch van Telefunken verbetert het Amerikaanse NTSC systeem met het PAL systeem waardoor de kleuren niet verlopen van bijvoorbeeld geel naar rood.
In 1962 kregen we een paar uur per week PAL kleurentelevisie uitzendingen en werden in de Duitse merken zoals Blaupunkt, Nordmende en Telefunken transistoren i.p.v. buizen toegepast wat warmteontwikkeling en energie bespaarde. Philips bleef nog bij de buizentechniek en begon op audio-video gebied marktaandelen te verliezen aan de Duitse en later Japanse merken. De eerste jaren moesten de kleurentelevisies bij de klant thuis met ± 20 knopjes geconvergeerd worden d.w.z. de rode, blauwe en groene lijn pixels moesten elkaar afdekken zodat je over het gehele beeld geen kleurvertekening of vlekken had. En daarvoor had je als technicer een kleurengenerator bij je. Ook moest soms de magische grote 220V spoel om de TV gehaald worden om vooral het metalen beeldbuis gaatjesmasker te demagnetiseren. Philips bedacht bij de tweede serie kleurentelevisie de groene knop om als alle knoppen verkeerd stonden, de basisinstelling weer terug te krijgen. Door de toepassing van de transistor en IC intergrated circuit is de televisie bedrijfszekerder en energie zuiniger geworden, echter het foutzoeken gecompliceerder door nieuwe IC technieken zoals 100 Hz, teletekst, ruisonderdrukking, schaduwbeeld onderdrukking, beeld in beeld enz. enz. Daarbij spelen softwarefouten door de digitalisering ook een rol en vragen meer tijd en kennis bij reparatie.

In een steeds sneller tempo volgen de ontwikkelingen elkaar op.

1964. De eerste optische beeldspelers worden gedemonstreerd, de basis voor Laserdisk en DVD.
1965. Sinclair, de Engelse uitvinder komt uit met 5 cm. portable multi norm transistor televisie.
1966. Sony, de eerste portable zw./wit videorecorder.
1970. Atari spelcomputer.
1972. Sony U matic semi prof recorder.
1972. Akai 8 mm zw/wit videorecorder en een portable recorder.
1974. Philips N 1500 videorecorder.
1975. Sony Betamax video cassetterecorder.
1976. JVC VHS recorder.
1978. Nordmende 4 beeldschermen televisie.
1978. Philips V 2000 videorecorder.
1979. Portable VHS recorder Leidse video/film.
1988. Nederland 3 na veel politiek geharrewar in de lucht.
1989. RTL 4 via Luxemburgse satelliet. Joop van de Ende breekt door.
1992. Hoge helderheid grootbeeld rear projectie televisie.
1993. RTL 5 en dagtelevisie Nederland 1 en 2.
1995. De eerste DV digitale videocamera met 4 mm. Bandjes op de markt.
Eerste grootbeeld vlakscherm Plasma Display met losse tuner voor televisie.
1997. DVD players voor het afspelen van films.
2000. DVD recorder maar, ook B merken DVD en CD Rom schijfjes hebben niet het eeuwige
leven net als videobanden.